K.Z&R.V. Hollandia

Geschiedenis Hollandia

De Koninklijke Zeil- en Roeivereniging Hollandia is een zogenaamde wedstrijdgevende vereniging. Dat is een vereniging, die zich met name ten doel stelt het organiseren van zeil- en roeiwedstrijden. En niet, zoals de meeste andere verenigingen, de actieve beoefening van de betreffende (wedstrijd)sport door de leden. Hieronder volgt een korte geschiedenis van de vereniging.

Roeien en zeilen

Beide takken van sport zijn ontstaan uit de meest gangbare wijze om het water als transportmiddel te gebruiken. Reeds de oudste culturen maakten gebruik van zeil- en roeiboten. En ook uit de oudheid zijn al wel verslagen bekend van zeilwedstrijden en roeiwedstrijden. Maar het gaat dan eigenlijk uitsluitend om wedstrijden tussen boten bemand met mensen die vanwege hun beroep al zeilen of roeien. In het begin van de negentiende eeuw doet zich een maatschappelijke ontwikkeling voor, die voor de sport in het algemeen, maar ook voor het zeilen en roeien in het bijzonder, van grote betekenis is geweest, namelijk het ontstaan van een maatschappelijke klasse die beschikt over vrije tijd.

Amateurs

Groot Brittannië, de wereldmacht van begin negentiende eeuw, was leidend in die ontwikkeling. Het waren met name de beter gesitueerden en studenten, die ‘vrije tijd’ kregen en in staat waren in hun vrije tijd aan sport te gaan doen. En daarom vindt het merendeel van de huidige sportvormen zijn oorsprong in het vroege negentiende eeuwse Engeland. De Oranjes waren na de val van de Republiek voor de Fransen gevlucht en naar Engeland uitgeweken. De Oranje Prinsen studeerden daar vrijwel allemaal in Oxford en Cambridge en kwamen daar in aanraking met het beoefenen van studenten- en amateursport.

Een van hen, Prins Hendrik, een broer van Koning Willem I, was een fanatieke watersporter. Hij roeide zelf actief en zou in 1839 het eerste Erelid van de Leanderclub, ‘s werelds oudste nog bestaande roeivereniging, worden. Na de Engelse ballingschap teruggekomen in Nederland, nam hij het initiatief tot de oprichting van de Koninklijke Nederlandsche Yacht Club. Een landelijke, overkoepelende roei- en zeilvereniging met plaatselijke afdelingen. De vereniging werd ook grotendeels gefinancierd door de Prins en deze liet in Rotterdam een groot hoofdkantoor bouwen. Op 10 Juni 1846 werden op de Maas in Rotterdam door de KNYC de eerste gecombineerde roei- en zeilwedstrijden georganiseerd.

Als gevolg van een interne strijd tussen de plaatselijke afdelingen viel de Koninklijke Nederlandsche Yacht Club evenwel al spoedig uiteen. Maar uit de plaatselijke afdelingen van de KNYC zijn de eerste roei- en zeilverenigingen in Nederland ontstaan.

Aanvankelijk zaten in de roei- en zeilploegen ook nog veel bemanningsleden, die zich beroepsmatig met roeien en zeilen bezig hielden. Het spreekt voor zich, dat de wedstrijden tussen de vrijetijdsroeiers, aangeduid als ‘amateurs’ en de ‘beroepsroeiers’ vaak een oneerlijk gevecht waren. Maar rond 1880 is die strijd gestreden, en wordt zowel de zeil- als de roeisport gedomineerd door ‘amateurs’. Waaraan evenwel moet worden toegevoegd, dat tot in lengte van jaren, en eigenlijk ook nog wel tegenwoordig, met name de bemanning van grotere zeilschepen veelal ‘professioneel’ is.

In 1879 overlijdt Prins Hendrik. De Koninklijke Nederlandsche Yacht Club, die tot op dat moment jaarlijkse roei- en zeilwedstrijden had georganiseerd, werd eigenlijk vrijwel direct na zijn overlijden opgeheven. Waarmee het organiseren van de roei- en zeilwedstrijden door deze club een einde vond en er behoefte ontstond aan opvulling van de ontstane leemte.

Experiment

De Studenten Roeivereeniging Njord, in 1874 opgericht, organiseerde in maart 1882 als jaarlijkse opening van het roeiseizoen een tocht vanuit Leiden naar Alphen. Bij hotel ‘s Molenaarsbrug in Alphen gingen de roeiers na de openingstocht aan wal, en paradeerden voorafgegaan door een muziekcorps door het plaatsje. Niet onwaarschijnlijk is, dat die tocht aan de wortels van Hollandia heeft gelegen. Uit het plaatselijk gezaghebbende blad ‘de Rijnbode’ blijkt, dat een jaar eerder, in 1881, door enige heren het plan werd geopperd om in plaats van een harddraverij, zoals die jaarlijks in Alphen plaats had, dit maal eens te beproeven of een zeil-en roeiwedstrijd in Alphen tot stand zou kunnen worden gebracht. Daarvoor bleek voldoende voedingsbodem en reeds dat jaar werden zeilwedstrijden op het Braassemermeer en roeiwedstrijden op de Rijn bij ‘s Molenaarsbrug georganiseerd. Het krantenartikel over deze evenementen, die ongetwijfeld in die tijd veel opzien gebaard hebben, eindigde met de navolgende zin: “Wij eindigen ons verslag met een woord van hulde aan de heeren van het Comité, die deze zaak op touw zetten en twijfelen niet of zij zullen met zooveel voldoening op dezen eersten Roei- en Zeilwedstrijd terugzien, dat zij niet zullen aarzelen dit een volgend jaar te herhalen.”

Oprichting Hollandia

En dat gebeurde. Tijdens een bijeenkomst werd op 21 juni 1882 een formeel jasje gegeven aan dat organisatie-comité. De naam werd: de Zeil-en Roeivereeniging Hollandia. Het doel: de lust tot zeilen en roeien aan te kweken door wedstrijden uit te schrijven op het Braassemermeer, de Wijde Aa of de Rijn. Reeds een week na de oprichting presenteerde de vereniging zich landelijk. Op 28 juni 1882 liet een voorlopig bestuur een brief uitgaan aan alle geïnteresseerden in Nederland waarin melding werd gemaakt van het voornemen wederom zeil- en roeiwedstrijden op het Braassemermeer en de Rijn te organiseren. Overigens een actief gezelschap heren, dat rond diezelfde tijd eveneens aan de wieg stond van een ijsclub, kegelclub en de eerder genoemde harddraverij. En het comité liet er geen gras over groeien. De eerste officiële wedstrijden van Hollandia vonden plaats op 22 juli 1882.

Na de eerste roeiwedstrijd op de Rijn werden de roei- met de zeilwedstrijden gecombineerd op de Wijde Aa. Maar in 1886 besloot men de roeiwedstrijden weer te verplaatsen naar de Oude Rijn bij ‘s Molenaarsbrug. De zeilwedstrijden vonden dus plaats op het Braassemermeer en de Wijde Aa, de roeiwedstrijden op de Oude Rijn. En dat bleef tot het midden van de twintigste eeuw ongewijzigd.

Grote verandering

Uit de notulen en andere verslaglegging die met betrekking tot Hollandia bekend zijn, is duidelijk, dat met name de organisatie van de roeiwedstrijden de meeste aandacht krijgt. En het zijn ook die wedstrijden die publiekelijk de meeste aandacht trekken. Aan de “dominantie” van het roeien binnen Hollandia komt abrupt een einde, wanneer in 1961 de heer G.D. van Luyn toetreedt tot het bestuur van Hollandia. Van Luyn was zeer actief in de wedstrijdzeilerij, en werd datzelfde jaar door het bestuur van het Koninklijk Nederlands Watersport Verbond verzocht een commissie samen te stellen die, onder zijn leiding, zich zou gaan bezig houden met de voorbereiding van de Olympische zeilequipe voor de Olympische Spelen in Tokio in 1964. Deze commissie koos als oefenwater het IJsselmeer bij Medemblik. En van Luyn kreeg goede contacten met de bestuurderen van de diverse zeilbootklassenorganisaties. Dat resulteerde in 1963 in het verzoek aan Hollandia om de ‘Finn Gold Cup’ te organiseren, een regatta op wereldniveau voor een Olympisch boottype! Na enig intern overleg besloot Hollandia aan dit grote avontuur te beginnen. Dankzij voortreffelijke samenwerking tussen het bestuur van Hollandia en het bestuur van de klassenorganisatie werd dit evenement een groot succes. Daarnaast organiseerde Hollandia de traditionele zeilwedstrijd op het Braassemermeer. Maar de ervaring in Medemblik ‘smaakte naar meer’.

In mei 1964 liet van Luyn zijn medebestuurders weten dat zijns inziens het Braassemermeer niet langer geschikt was voor serieuze zeilwedstrijden. Zijn brief zorgde, uiteraard, voor de nodige commotie. Maar van Luyn wist zijn medebestuurders ervan te overtuigen dat de toekomst van Hollandia in Medemblik lag. Met algemene stemmen werd besloten de zeilwedstrijden naar Medemblik te verplaatsen.

De Vischafslag

De burgemeester van Medemblik zegde zijn medewerking toe en stelde als huisvesting en wedstrijdcentrum het kort na de oorlog met Marshallhulp-gelden gebouwde, doch door de afnemende IJsselmeervisserij overbodig geworden gebouw van de Vischafslag ter beschikking. Vanaf 1 juni 1968 mag Hollandia zich eigenaar noemen van dit gebouw. Tot de aankoop in staat gesteld door een lening van een van de bestuursleden.

Scheiding zeilen en roeien

De geografische scheiding tussen de zeil- en roeiwedstrijden werd spoedig gevolgd door een organisatorische scheiding. De verplaatsing van de zeilwedstrijden naar Medemblik had al spoedig tot gevolg, dat Hollandia gevraagd werd meerdere zeilwedstrijden en kampioenschappen te organiseren, hetgeen een aanzienlijke verzwaring van het takenparket van het bestuur met zich meebracht. In 1968 werd in verband daarmede besloten tot het instellen van twee commissies. Een voor de zeilwedstrijden en een voor de roeiwedstrijden.

De zeilafdeling na 1964

De zeilafdeling maakte vrijwel direct na de verhuizing naar Medemblik een stormachtige ontwikkeling door. Het beschikken over een eigen gebouw, waarin vrijwel alle benodigdheden voor zeilwedstrijden konden worden opgeslagen en dat voorts dienst kon doen als wedstrijdcentrum en faciliteitengebouw in Medemblik, speelde daarbij een belangrijke rol. Medemblik bleek immers bij uitstek een geschikt trainingswater te zijn voor Olympische en potentieel Olympische zeilers. En bleek daarnaast een uitstekende locatie voor het organiseren voor nationale en internationale zeilregatta’s op het hoogste niveau. Schepen van de Koninklijke Marine en Waterpolitie vulden het botenbestand van Hollandia-leden aan. En in 1974 bleek het mogelijk een eigen schip, een baanuitlegger, de ‘Hollandia’ aan te kopen. Helaas ging dit schip in de oudejaarsnacht 1980/1981door een verdwaalde vuurpijl in vlammen op. Maar het schip was goed verzekerd, en nog voor het wedstrijdseizoen 1981 kon een opvolger, die nog steeds dienst doet, weer ‘Hollandia’ genaamd, in de vaart worden gebracht.

Het aantal wedstrijddagen groeide gestaag tot wel zo’n 45/50 dagen per jaar. Op verzoek van de diverse klassenorganisaties organiseert Hollandia vanaf 1964 in Medemblik diverse Europese- en Wereldkampioenschappen voor vele boottypen, waaronder voor Olympische klassen.

Begin jaren tachtig werd Hollandia door het Koninklijk Nederlands Watersportverbond en Bureau Trefpunt benaderd met de vraag, of men bereid was de schouders te zetten onder een grote internationale zeilregatta uitsluitend voor Olympische klassen, dus met deelname op internationaal topniveau. Hollandia reageert positief en in 1985 vindt de eerste naar de hoofdsponsor genoemde ‘SPA Regatta’ in Medemblik plaats.

De SPA Regatta, tegenwoordig Delta Lloyd Regatta geheten, is in de loop van haar bestaan uitgegroeid tot een van de toonaangevende zeilevenementen in de wereld. Tijdens het evenement zijn vele innovaties geïntroduceerd, die later door de International Sailing Federation (ISAF) zijn overgenomen. Bijvoorbeeld de separate bootklasse voor dames, prijzengeld, kortere banen maar meer races, en het, door middel van op de zeilen bevestigde gekleurde cirkels, identificeren van in het klassement leidende deelnemers. Hollandia speelt nog altijd een belangrijke rol bij de organisatie van dit inmiddels wereldvermaarde zeilevenement, waaraan jaarlijks zo’n duizend topzeilers uit 50 tot 60 landen deelnemen.

De roeiwedstrijden

De roeiwedstrijden werden op de Oude Rijn bij ‘s Molenaarsbrug gecontinueerd en bleven daar een jaarlijkse traditie. Het restaurant van ‘s Molenaarsbrug huisvestte de wedstrijdleiding en deed voorts dienst als toeschouwersterrein. Vanaf het terras aan het water was een uitstekend zicht op de laatste honderden meters en de finishlijn.

Daartegenover had Hollandia een stuk weiland in bezit. Daarop werden tijdens de wedstrijden het botenterrein aan de oever van de Rijn gerealiseerd en de tijdelijke kleedkamers en doucheruimten. In het wedstrijdprogramma vonden natuurlijk wijzigingen plaats. Zoals overal op wedstrijden verschenen de damesnummers, aanvankelijk slechts als stijlroeien. Een tak van sport die begin jaren zestig weer van het programma verdween. De beroemde bocht in de roeibaan maakte dat pas in 1953, na een lange discussie, nummers voor stuurmanloze boottypen werden uitgeschreven. En in datzelfde jaar werd een lange afstandswedstrijd (4 kilometer) voor overnaadse vieren aan het programma toegevoegd.

Traditioneel werd Hollandia afgesloten met een feest op ‘s Molenaarsbrug. Deze roeifeesten liepen nog wel eens uit de hand, en uiteindelijk werd in 1962 besloten ‘s Molenaarsbrug uitsluitend toegankelijk te laten zijn voor de leden van Hollandia, het zogeheten ‘ledenterrein’.

Een hoogtepunt vormde in 1954 het Koninklijk bezoek aan de wedstrijden door toenmalig Koningin Juliana. Bij het vijfenzeventig jarig bestaan van de vereniging in 1957 verleende zij Hollandia het predikaat ‘Koninklijk’. Bij die gelegenheid werden de wedstrijden bezocht door toen nog Kroonprinses Beatrix.

De locatie van de roeiwedstrijden heeft lang gezorgd voor discussies. Naast het feit, dat er geroeid werd op stromend water, was onderwerp van die discussies, dat er een grote bocht in de baan zat en er slechts ruimte was voor drie wedstrijdbanen. De roeisport werd steeds serieuzer en het werd duidelijk, dat de roeiers een rechte baan als de Bosbaan prefereerden boven een kronkelige rivier. Toen dan ook in de jaren zeventig plannen werden ontvouwd voor de realisering van een roeibaan in de Delftse Hout bij Delft, ontstond binnen het Hollandia-bestuur het idee om de wedstrijden daarnaar te verplaatsen zodra die baan gereed zou zijn. Maar die plannen zijn een stille dood gestorven.

De Hollandia roeiwedstrijden waren vanouds de eerste kortebaanwedstrijd in het seizoen, na de Varsity. De eerste wedstrijd in het seizoen, waar de confrontatie plaatsvond tussen studenten- en burgerploegen. In 1977 nam de Randstad Regatta die positie evenwel tot grote teleurstelling van Hollandia over. Tot dan toe waren de races tussen de ‘oude vieren’ en ‘oude achten’ op Hollandia min of meer een revanche-mogelijkheid voor de Varsity- ploegen.

Andere baan

Deze andere plek in de kalender en de voorkeur van roeiers en coaches voor een rechte roeibaan veroorzaakten begin jaren tachtig een scherpe daling van het aantal inschrijvingen voor Hollandia. Daarom werd in 1986, precies honderd jaar nadat de wedstrijden definitief vanaf de Wijde Aa naar de Oude Rijn waren verplaatst, besloten om een andere locatie op te zoeken, die enerzijds wedstrijdroeiers op goed niveau zou aantrekken en waar anderzijds de wedstrijd haar eigen ‘Hollandia’ karakter kon behouden. Gekozen werd voor de roeibaan Beekse Bergen. In 1987 is de wedstrijd daar voor het eerst gehouden. Op deze locatie in de Brabantse bossen wist Hollandia een wedstrijd met een eigen sfeer neer te zetten. Daarnaast zorgde de ervaring van de Hollandia-roeicommissie ervoor, dat de uitmonstering van de roeibaan in Tilburg een professionele uitstraling kreeg.

In 1998 werd evenwel besloten de roeiwedstrijden, met ingang van 1999, toch te verplaatsen naar de Bosbaan. Daartoe min of meer gedwongen door het grote aantal inschrijvingen. In verband met de verbreding van de Bosbaan moest noodgedwongen in 2001 uitgeweken worden naar de roeibaan in Harkstede (Groningen). In 2002 organiseerde Hollandia voor het eerst, maar niet voor het laatst, tevens de Nationale Kampioenschappen.

Vanaf 2002 vormt de naar internationale maatstaven aangepaste Bosbaan de vaste locatie voor de Hollandia-roeiwedstrijden. De roeicommissie heeft zich, evenals haar zeil-evenknie, ten doel gesteld een zo hoog mogelijke organisatiegraad na te streven, en middels experimenten de aansluiting met de internationale roeiwereld te zoeken.

Daarbij wordt evenwel getracht het goede uit het verleden vast te houden. Wie de verslagen over de Hollandia-roeiwedstrijden erop naslaat zal steevast het begrip ‘sfeervol’ tegenkomen. Door de jaren heen is dat een steeds terugkerende karakterisering. Hollandia heeft zich ten doel gesteld om, naast een perfect verlopende wedstrijd, door het besteden van aandacht aan het wedstrijdterrein, zich te onderscheiden van andere wedstrijden. Zij wil daarmee haar unieke karakter onderstrepen.